De ongemakkelijke waarheid over 9/11, PVV en de angstcultuur in Nederland

Binnenkort staat 9/11 weer volop in de belangstelling. Een dramatische gebeurtenis die een enorme impact heeft gehad op hoe we in de wereld leven en werken. De beurzen belandden in een crisis, organisaties stelden investeringen en initiatieven uit, bij mensen groeide het wantrouwen tegen vreemdelingen en moslims in het bijzonder en er groeide een cultuur waar afwijkend gedrag niet werd getolereerd. De Amerikaanse bioloog, professor Brian Goodwin, vroeg zich af hoe dat kwam, en hij concludeerde dat veel beslissingen en oordelen van mensen en organisaties gebaseerd waren op angst. Ook in situaties waar objectief gezien geen ‘fear factors’ aanwezig waren, gedroegen mensen en organisaties zich alsof dat wel zo was. Volgens Goodwin zaten we collectief gevangen in een groef van angst.

Angst is volgens Goodwin de meest natuurlijke menselijke manier van reageren op toenemende complexe omgevingen. We willen dingen weer onder controle brengen en terugbrengen in de oude staat, in dit geval die van voor 9/11. Om dat voor elkaar te krijgen hanteren mensen twee strategieën. Ten eerste hebben we de neiging om complexiteit terug te brengen tot simpele abstracties: het is wit of zwart, goed of fout. De Amerikaanse president George Bush verklaarde: ‘Wie niet voor ons is, is tegen ons’. Lekker duidelijk, dat wel. Ten tweede: diversiteit wordt teruggebracht tot overzichtelijke hokjes zodat gelijksoortige verschijnselen en mensen kunnen worden behandeld alsof ze hetzelfde zijn. Alle Arabieren zijn potentiële terroristen en Amerikanen zijn de ‘good guys’. Door deze twee bewegingen blijven we vast zitten in die spiraal van angst. En het is dat vast zitten waardoor de problemen ontstaan. Dit leidt tot een toenemende vervreemding en vijandigheid, omdat een groter wordende groep mensen zich steeds minder in die abstracties kan herkennen en zich er zelfs tegen gaat verzetten. ‘Wij zijn wel moslims, maar zeker geen potentiële terroristen, ik voel me niet gehoord en niet serieus genomen’. Om toch gehoord te worden, brengt men de boodschap steeds luider en in steeds scherpere bewoordingen. Dit versterkt de behoefte en de rechtvaardiging bij de andere groep nog meer: ‘Zie je wel, wat een agressieve lui en wat een praatjes’ . Daardoor komt een samenleving of organisatiecultuur vast te zitten in de groef van angst, het verhaal van de angst dat zich maar herhaalt en herhaalt. 
Ook Nederland is collectief in zo’n angstcultuur terecht gekomen dankzij de verkiezingsoverwinning van de PVV van Geert Wilders. De belangrijkste thema’s van deze partij, anti-islam en veiligheid zijn terug te voeren op een gevoel van angst bij burgers. Het is opmerkelijk dat de grootste aanhang van de PVV afkomstig is uit omgevingen waar niet de hoogste aantallen islamitische mensen wonen en waar geen hoge criminaliteitscijfers zijn. Met andere woorden, omgevingen waar objectief gezien geen aanleiding is voor deze angsten. Angst is geen goede voedingsbodem voor vindingrijkheid bij mensen en in organisaties. Door angst stromen er geen nieuwe invalshoeken, werkwijzen en mogelijkheden binnen om ons aan te passen aan de veranderende omgeving. We sluiten ons af voor het onbekende en het nieuwe.

Hoe doorbreken we het patroon van de angst? Dat is de belangrijkste vraag die een nieuwe coalitie in Nederland zal moeten beantwoorden. Welke initiatieven helpen om tot die doorbraak te komen? Volgens Goodwin komen we daar uit door meer te 'spelen'. Dat betekent: in plaats van ons af te sluiten van nieuwe impulsen, juist nieuwe mogelijkheden uit te proberen en te experimenteren. In plaats van te vertrouwen op onze kennis uit het verleden, te vertrouwen op onze verbeeldingskracht, ons vermogen om dingen voor te stellen die er nu nog niet zijn, maar wel mogelijk zijn. En in plaats van te vertrouwen op onze ervaringen uit het verleden, te vertrouwen op onze open geest, ons vermogen om onbevangen naar onbekende en complexe situaties te kijken. Kortom: experimenteren, verbeeldingskracht en een open geest: de kwaliteiten die kinderen van nature hebben. Durven we die kwaliteiten toe te laten in onze keuzes en beslissingen?