
Helen met licht
Fritz-Albert Popp, fysicus.
Ursula Sautter | 98 augustus 2007 issue Licht zou op een dag kunnen worden gebruikt om ziekten te voorkomen. Al dertig jaar werkt de Duitse fysicus Fritz-Albert Popp aan experimenten die een revolutie in de geneeskunde ontketenen. Zijn onderzoek toont dat op het meest subtiele niveau licht de bepalende factor is voor de gezondheid van een menselijk lichaam. In de jaren zeventig bewees Popp , directeur van het International Institute for Biophysics (IIB) in Neuss, in het Duitse Rijnland, het bestaan van elektromagnetische golven die hij ‘biofotonen’ noemde. Deze hebben een belangrijke functie. ‘In elke willekeurige cel vinden per seconde zo’n honderdduizend chemische reacties plaats’, vertelt Popp. Dat is geen willekeurig proces, zegt hij, ‘maar strikt gereguleerd, en het licht zorgt daarbij voor de communicatie waardoor de reacties op het juiste moment en op de juiste plaats gebeuren.’ In tegenstelling tot het licht dat, bijvoorbeeld, een gloeilamp produceert, lijken biofotonen meer op het geconcentreerde licht van een laserstraal. Deze eigenschap, die Popp ‘coherentie’ noemt, staat de lichtgolven toe om te worden veranderd en informatie door te geven. Sinds zijn pionierende studies naar biofotonen hebben meer dan veertig onderzoeksteams zich met het onderwerp bezighouden. Net als Popp zijn de meeste geïnteresseerd uit te vinden hoe deze biofotonen kunnen worden toegepast bij de diagnose, therapie en preventie van ziekten. ‘We bevinden ons nog in de eerste stadia van de interpretatie van dit soort straling bij mensen,’ erkent Popp, ‘maar we hebben al aangetoond dat de lichtemissie van bijvoorbeeld kankercellen asymmetrisch is, vergeleken met de uitstraling van gezond weefsel. Dit wijst erop dat de groei van tumoren de op fotonen gebaseerde celcommunicatie verstoort.’
Het onderzoek naar biofotonen heeft zijn nut al bewezen bij de bepaling van de medicatie die het beste is voor een specifieke patiënt, zodat deze niet een hele batterij pillen hoeft te slikken met de nodige bijverschijnselen. Popp experimenteerde met verschillende medicijnen op het zieke weefsel van circa vijftig kankerpatiënten die een biopsie hadden ondergaan, en ging na of de onregelmatige patronen van licht en intensiteit daarbij veranderden. Daarna kon het middel met het sterkste normaliserende effect worden gekozen als het beste medicijn voor dat specifieke geval. ‘Elke tumorgroei is anders en vergt een ander middel’, legt Popp uit. In de toekomst zullen artsen dankzij dit soort analysemethoden kunnen achterhalen welk middel snel, goedkoop en pijnloos werkt bij een patiënt. Popp hoopt dat artsen met deze methode ooit binnen enkele minuten een diagnose zullen kunnen stellen en kunnen bepalen hoever de ziekte is uitgezaaid. Hij waarschuwt dat het nog wel even zal duren voordat huisartsen over dit soort diagnostische technieken kunnen beschikken. Popp gelooft in ieder geval dat vooruitgang in het onderzoek naar biofotonen kan resulteren in niet-invasieve geneeskunde. Die zal de conventionele geneeskunde niet verdringen, maar aanvullen om ziekten te helpen voorkomen. En dat is een stralend perspectief.

