Email   Print
Share  

Geld groeit toch aan bomen

De tropische bossen en hun biodiversiteit beschermen? Laat lokale bewoners ze behandelen als ecologisch én economisch bezit.

Marco Visscher | 129 september 2010 issue

Ineens waren ze wereldnieuws: de indianen die met pijl en boog schoten op het vliegtuigje dat boven hun strohutjes cirkelde in mei 2008. In het tropische bos, op de grens van Brazilië en Peru, leefden ze als jagers-verzamelaars. Ze zouden een van de laatste stammen ter wereld zijn die nog nooit contact met de Westerse beschaving hadden gehad. Zo te zien hadden ze er ook geen zin in. Vrouwen en kinderen vluchtten weg bij het geronk van deze gigantische metalen vogel en bij uitvergroting is op de in oorlogskleuren geschminkte gezichten van de halfnaakte mannen een mengeling van agressie en angst te zien. ‘Het is goed dat we weten dat deze indianen leven’, zei een woordvoerder van Survival International, de organisatie voor de rechten van inheemse volkeren die de foto’s de wereld overstuurde. ‘Maar we moeten ze nu verder met rust laten.’

De reacties op de publicatie van de foto’s waren tekenend voor hoe het Westen aankijkt tegen de toestand van onze bossen en hun toekomst. Romantici droomden weg bij een leven zonder overconsumptie en rinkelende telefoontjes. Verbeten activisten meenden dat de indianen onomstotelijk aangaven dat ze niks te maken wilden hebben met onze verderfelijke, opdringerige cultuur. Anderen wezen erop dat deze stam — die kennelijk snel in omvang afneemt vanwege eenvoudig te bestrijden ziekten — baat zou kunnen hebben bij technologische innovaties als medicijnen en een ledlamp op zonnecollectoren, die hun leven gezonder en leuker maken. En als ze waren aangesloten op de wereld hadden ze geweten dat die veel veiliger en vreedzamer is dan hun eigen dagelijkse bestaan.

 
 

De indianen op de foto zouden zijn verdrongen door illegale houtkapbedrijven die op zoek zijn naar mahonie, een houtsoort die al sinds decennia met uitsterven wordt bedreigd en waarin niet mag worden gehandeld. In de nieuwsberichten werd deze informatie al gauw ruim geïnterpreteerd: de ontbossing rukt op, wel helemaal tot ‘diep in de oerwouden’ — ook al is het grensgebied van Brazilië en Peru bepaald niet diep in de oerwouden en ook al is er slechts een lichte schommeling in het aandeel van het bos in het totale landoppervlakte op aarde: volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) van de Verenigde Naties was dat in 1950 nog 30,04 procent, in 1994 inmiddels 30,89 en vorig jaar 30,3.

En het Amazonegebied, waar die geïsoleerde indianen zich staande proberen te houden? Een recent rapport van FAO-consultant Hector Malette van de universiteit van El Salvador in Buenos Aires, gepubliceerd door Social Science Research Network, toonde aan dat ‘slechts’ aan de randen wordt gekapt, met name doordat de infrastructuur in het hart van het regenwoud weinig ontwikkeld is. Van het onafwendbare einde van het Amazonegebied kan volgens de studie geen sprake zijn.

Het beeld is duidelijk: de laatste restjes tropisch bos in de wereld worden bedreigd door hebzuchtige Westerlingen en de mensen die er nog zo fijn in harmonie met de natuur wonen, worden tegen hun zin opgejaagd in de vaart der volkeren. En hoewel de nodige kanttekeningen bij dat beeld kunnen worden geplaatst, worden twee dingen glashelder: wat de bedreiging van ’s werelds bossen ook precies is, het is beter als lokale inwoners zeggenschap hebben over hun leefgebied en als ze in staat zijn economische vooruitgang te boeken. Hun betrokkenheid en het peil van hun nationale economie zijn bepalend voor zowel het voortbestaan van het bos als voor hun eigen ontwikkeling.

Het hele artikel lezen?

Koop deze Ode in de winkel of neem nu een proefabonnement.

Meer lezen?

Filmmakers op blote voeten

Een rechtbank die hoop biedt

Boeren zonder land

Volg Ode ook op Twitter



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit