Zon, zonnen, gezondBinnen blijven deze zomer? Juist niet, zeggen steeds meer artsen. De zon is goed voor u. Al tientallen jaren horen we over de gevaren van zonnen. Toch stromen tijdens de zomermaanden terrasjes, parken en stranden vol met mensen die van de zon komen genieten. Is dat gevaarlijk? Nee, zo blijkt uit steeds meer wetenschappelijke studies. Integendeel, de zon heeft juist positieve effecten op onze gezondheid. Zozeer zelfs, dat steeds meer artsen mensen aanraden om de zon vaker op te zoeken. Zo ook de artsen en deskundigen die eerder dit jaar bijeenkwamen voor een internationaal congres in Londen over de gezondheidsvoordelen van vitamine D. Voorafgaand aan het congres een initiatief van de Queen Mary Universiteit riepen zij in krantenartikelen en radioprogramma’s op om ten minste een kwartier per dag in de zon door te brengen. Gedurende de wintermaanden zou het tekort aan -zonlicht moeten worden gecompenseerd door vitamine-D-supplementen. De deskundigen wezen op het aanzwellende bewijs dat vitamine D goed is ter voorkoming van bijvoorbeeld astma en type-2-diabetes. Laat u zich dus, stelden zij, niet bang maken voor de gevaren van de zon. Vitamine D is een hormoon dat met behulp van zonlicht in de huid wordt gevormd uit cholesterol. De vitamine wordt opgeslagen in vetcellen en wanneer ze zich daaruit vrijmaakt, circuleert ze vervolgens via de bloedsomloop door het hele lichaam. Vitamine D bevordert de opname van calcium in de botten, heeft een positief effect op het immuunsysteem, de stemming en hart- en bloedvaten, en helpt bepaalde vormen van kanker voorkomen. De vitamine beïnvloedt zo’n vijfhonderd genen op manieren die nog niet helemaal duidelijk zijn. De werking van vitamine D is dan ook gecompliceerd, meent Oliver Gillie, auteur van Sunlight, Vitamin D and Health, een rapport dat is uitgegeven door de non-profitorganisatie Health Research Forum, die door Gillie is opgericht. ‘Als ik mensen vertel wat voor effecten vitamine D heeft, geloven ze me vaak niet’, aldus Gillie. ‘Het lijkt wel of ik gebakken lucht probeer te verkopen.’ Vitamine D krijgen mensen binnen via dierlijke voedingsmiddelen. Met name vette vissoorten als haring, zalm en tonijn zijn een rijke bron. Maar in voeding zit niet genoeg vitamine D, beweren deskundigen. Nederlanders zouden slecht 15 procent van hun vitamine-D-behoefte uit voeding krijgen en 85 procent uit de zon. Dat is een voorname reden waarom zonlicht gezond is. Het vermindert mogelijk de kans op het ontstaan van diverse vormen van kanker, uiteraard met uitzondering van huidkanker. Het zou kunnen verklaren waarom mensen die dichter bij de evenaar wonen, een kleinere kans lopen op het krijgen van kanker en multiple sclerose, een ingrijpende ziekte van het centrale -zenuwstelsel. Zonlicht is gezond voor botten en spieren. Het verlicht de ongemakken die huidziektes als psoriasis, eczeem en acne met zich meebrengen. Deze onderzoeksresultaten hebben de Nederlandse dermatoloog Hans van der Rhee de ogen geopend. Na meer dan twintig jaar te hebben gewaarschuwd voor de gevaren van zonnen, is hij overtuigd geraakt van de gunstige effecten van zonlicht. In zijn boek Zonnen mag, dat onlangs is verschenen, zet Van der Rhee werkzaam bij het Haga Ziekenhuis in Den Haag en actief voor KWF Kankerbestrijding zowel de negatieve als positieve uitwerkingen van zonnen op een rij, en adviseert hij lezers de zon vaker op te zoeken. ‘Verstandig zonnen is genieten van de zon zonder te overdrijven en zonder te verbranden. Dat is gezond en prettig’, concludeert hij in zijn boek. Gillie schertst dat de Europese regeringen hun advies om de zon te mijden baseren op tropische klimaten. Gillie adviseert mensen met een lichte huidskleur in landen met een gematigd klimaat, zoals Engeland en Nederland, minstens drie keer per week twintig minuten in de zon door te brengen. Mensen met een donkere huidskleur hebben meer vitamine D nodig, dus zij mogen volgens hem ten minste drie keer per week twee uur de zon in. In het algemeen adviseert Gillie: blijf zolang in de zon als de huid aankan zonder te verbranden. In de afgelopen tien jaar stuitten steeds meer wetenschappers op bewijzen van het positieve effect van zonlicht op bepaalde vormen van kanker. De epidemioloog D. Michal Freedman van het Amerikaanse National Cancer Institute heeft bijvoorbeeld de gegevens verzameld van bijna een half miljoen Amerikanen die tussen 1984 en 1995 zijn overleden aan borst-, eierstok-, prostaat- en dikkedarmkanker en non-Hodgkin-lymfoom. Ze vergeleek hen met mensen die deze ziekten niet hadden en met mensen die overleden waren aan huidkanker. Ze ontdekte dat mensen die in een gebied met veel zon woonden, weliswaar een verhoogd risico hebben om te overlijden aan huidkanker, maar een verlaagd risico op sterfte aan borstkanker (26 procent minder), eierstokkanker (16 procent), prostaatkanker (10 procent), dikkedarmkanker (27 procent) en non-Hodgkin-lymfoom (17 procent). Ook elders is onderzoek gedaan naar het verband tussen zonnen en kanker. Onderzoekers van de Staffordshire University vergeleken 453 prostaatkankerpatiënten met 312 mannen met een onschuldige prostaatvergroting. Alle mannen vulden uitgebreide vragenlijsten in om vast te stellen of ze tijdens hun leven veel in de zon waren geweest. Enkele conclusies waren dat veel zonnebaden het risico op prostaatkanker met 20 procent vermindert, en veel zonvakanties het risico halveert. Een internationaal samenwerkingsverband dat onderzoek deed naar non-Hodgkin-lymfoom legde de gegevens van bijna 18.000 mensen uit tien landen naast elkaar en ontdekte dat veel blootstelling aan zonnestralen het risico op deze vorm van lymfeklierkanker met 24 procent vermindert.
1
2
NEXT >>
|
|

