Morele dilemma'sIn vodden gekleed zat de oude vrouw bij de ingang van de Sacré-Coeur. Met haar hand uitgestoken jammerde ze onverstaanbare woorden. Voor haar op de grond lagen wat muntjes op een oude doek. Schuifelend tussen andere toeristen die rond kerst ook hadden besloten Parijs te bezoeken, passeerden we haar. En in ons hoofd passeerde vliegensvlug de vraag of we haar wat moesten geven. Ik besloot van niet. Een uur later wandelden we door de ondergrondse gangen van metrostation Pigalle. Langs de tegelwanden kwam ons muziek tegemoet. We raakten opgewonden en opgewekt van de prachtige klassieke tonen. Ze bleken afkomstig van een studentenorkestje, dat blijmoedig stond te oefenen voor grote zalen, later in hun leven. De lol spatte ervan af: stralende gezichten boven de imitatie-Stradivarius. We aarzelden geen moment en gooiden een paar muntjes in de hoge hoed die voor hun voeten stond. Een paar weken later. Thuis gaat de deurbel. Opgewekte schoolkinderen vragen of ze een heitje kunnen verdienen voor een karweitje. We mogen kiezen uit een lange lijst van klusjes: autowassen, ramen zemen, hond uitlaten of oude kranten wegbrengen. Het heitje is voor Haïti en ik besluit zonder enige aarzeling de auto in het sop te laten zetten en gul te geven voor het goede doel. In gedachten liep ik nog eens langs deze ervaringen toen ik de nieuwe column van Natasja van den Berg las. Op haar vaste plek in Ode behandelt ze dit jaar dilemma’s als deze. Morele dilemma’s als ‘wanneer geef je geld aan een bedelaar?’ Mijn eigen ongeschreven regel is, bedacht ik me bij lezing, dat ik graag iets geef als de vragende partij mij het gevoel geeft dat ze iets doet voor het geld: een lach, muziek of een kunstje lokt mijn hand eerder naar de portemonnee dan een trieste blik. De vraag is: in hoeverre is mijn houding moreel de juiste? Een lastige, maar vooral ook intrigerende vraag. En er zijn meer van dit soort morele vragen die het moderne leven oproept. Natasja van den Berg wil ze graag van u horen. Maandelijks kiest zij een vraag van een lezer en gaat zij op zoek naar een antwoord. Als er al een antwoord is. Want dit zijn kwesties voor de moraalfilosofie en daarbij gaat het vooral om hulp bij het ontrafelen van de argumenten die een rol spelen bij zo’n vraag. De moraalfilosofie onderzoekt wat het goede is. Wat is de juiste manier van handelen en waarom? Lees Natasja’s bevindingen (pagina 33) en mail ons vooral ook uw vragen en dilemma’s (natasja@ode.nl). Wie in de afgelopen weken in de huid van een moraalfilosoof kroop, zag ook veel grote dilemma’s langskomen. Bankiers moesten verantwoording komen afleggen over hun rol in de financiële crisis. Politici werden stevig ondervraagd over hun keuze voor militaire steun voor de oorlog in Irak. Klimaatwetenschappers moesten de objectiviteit van hun bevindingen herhaaldelijk verdedigen. De crisis vraagt, zo blijkt, om nieuwe ijkpunten: wat vinden we vanaf nu wel en niet goed? We zijn op zoek naar nieuwe normen om herhaling te voorkomen. Maar in de zoektocht naar die normen worstelen we voorlopig nog vaak met de vraag wat wel en niet kon en kan. Het zijn, kortom, verwarrende tijden aan het begin van een nieuw decennium, en er verandert veel. Wat biedt houvast? Ik zet in op optimisme en informatie. Die bundelt Ode, ook in dit nummer weer, als inspirerende gids voor al onze dilemma’s. Dat is ons kunstje, en we vragen alleen maar of u het met ons delen wilt. Dat lijkt mij dezer dagen niet het lastigste dilemma.
|
|


