Charles EisensteinDavid Korten over geldexpert Charles Eisenstein Charles Eisenstein denkt de hele tijd aan geld. Niet dat hij er meer van wil. Hij wil juist minder geld, en dan vooral minder in de vorm van rente. Eisenstein, die wiskunde en filosofie studeerde aan de universiteit van Yale, gelooft dat rente een oneindige cyclus van schuld op gang brengt, die weer leidt tot een onverzadigbare behoefte aan economische groei. ‘Als ik voedsel verbouw en het aan jou geef, en jij past op mijn kinderen terwijl ik op het land werk, dan tellen economen dat niet als economische bedrijvigheid’, legt hij uit. ‘Maar als ik mijn voedsel op de markt verkoop en jij een kinderopvang opent, dan groeit de economie. Mensen staan onder druk om hun niet-monetaire “cadeau-relaties” om te zetten in goederen en diensten.’ Eisenstein wil die druk verminderen en vriendelijkheid weer de plek geven die zij verdient: boven geld. Hij gelooft dat de zogeheten ‘cadeau-economie’ van Mali ons een hoop kan leren. Dit West-Afrikaanse land heeft een lange traditie van het verplicht en wederkerig schenken van cadeaus; als je een cadeau ontvangt, moet je ook een cadeau geven, hoewel niet noodzakelijk aan de persoon van wie jij er een kreeg. Op deze manier profiteert de hele gemeenschap van de kringloop van uitwisseling. ‘Hoe primitiever de economie, hoe groter de kans dat het een cadeau-economie is’, weet Eisenstein. ‘Maar laten we niet vergeten dat economen zo’n cadeau-economie een onaangeboorde markt noemen. Ontwikkeling betekent eigenlijk het monetariseren van een maatschappij die gedeeltelijk is gebaseerd op de uitwisseling van cadeaus.’ Daarin schuilt het gevaar, betoogt Eisenstein niet alleen voor Mali, maar voor alle landen: ‘Het geldsysteem kan alleen voortbestaan in de aanwezigheid van voortdurende groei, ofwel het omzetten van sociaal, natuurlijk, cultureel en spiritueel kapitaal in geld. Dit kan niet eindeloos doorgaan, want we hebben straks geen natuur meer om om te zetten in “goederen” en menselijke relaties om om te zetten in “diensten”.’ Nu, tijdens de recessie, gelooft Eisenstein dat de wereld klaar is om over te stappen op een nieuw verhaal, een nieuwe manier van sociale transacties. ‘Het oude verhaal is dat van de ik-cultuur, van onze zelfzuchtige genen, van rationele winstmaximalisatie’, legt hij uit. ‘In dat verhaal kan jouw welzijn of het milieu me niets schelen, want ik word er niet door beïnvloed of geraakt. Vandaag de dag wordt het duidelijk dat dit verhaal niet werkt. Wat we de wereld aandoen, doen we onszelf aan; dat besef komt steeds meer. We realiseren ons dat we onderling verbonden zijn, en dat het ons beïnvloedt wanneer soorten uitsterven of bomen worden gekapt. We verstoppen het onder rationaliseringen of ideologieë n; we denken dat het een -onvermijdbaar onderdeel van vooruitgang is. En hoewel misschien niet iedereen het voelt, leiden we allemaal onder deze verliezen.’ Dus begon Eisenstein na te denken over de nieuwe vormen van geld die binnen dit nieuwe paradigma zouden passen. Hij concludeerde dat ruilhandel een terugkeer zal maken, met een toenemend aantal lokale valuta: geld dat alleen iets waard is binnen een specifieke gemeenschap. Zogeheten LETS (lokaal economisch transactie-systeem), waarbinnen leden van een LETS-kring hun vaardigheden uitwisselen, zullen ook sterk groeien. Het zogeheten ‘peer-to-peer’ internetbankieren, met individuen die een lening rechtstreeks van andere individuen krijgen, zal banken verder in de marge drukken. Eisenstein vermoedt zelfs dat we wellicht de introductie zullen zien van negatieve rente, waarbij geld dat niet wordt gebruikt langzamerhand zijn waarde verliest. Volgens Eisenstein wijzen al deze initiatieven naar één tendens: de banden tussen mensen worden versterkt. ‘Als ik iets geef aan iemand in de gemeenschap, dan zal die persoon en de gemeenschap als geheel mij dankbaar zijn, en dan zullen zij op hun beurt weer aan mij geven als ik iets nodig heb. Een cadeau schept een band. Het is zelfs zo dat je niet eens een gemeenschap kunt hebben zonder een cadeau-economie. In onze volledig gemonetariseerde economie is nauwelijks nog een gemeenschap over. Buren kennen elkaar niet en hebben elkaar niet nodig, want ze betalen anderen voor alles wat ze nodig hebben.’ Eisenstein verwacht dat het huidige financië le systeem binnen een paar jaar in elkaar zal storten. En wanneer dat gebeurt, weet hij zeker dat er sociale onrust zal ontstaan. ‘Je geld en bezittingen zullen je niet beschermen’, waarschuwt hij. ‘Voorbereid zijn betekent niet dat je goud of stapels blikvoedsel in je kelder moet hebben, want mannen met geweren zullen alles meenemen.’ In plaats daarvan, benadrukt hij, komt veiligheid ‘van het web van cadeaus, van verbondenheid met anderen in je gemeenschap. Het is eigenlijk heel simpel: als je vrienden hebt, zullen ze je helpen’. ![]() ‘Ik beschouw Charles Eisenstein als een van de grote aanstormende denkers van deze tijd. Zelden heb ik iemand ontmoet, van welke leeftijd dan ook, die zo’n filosofische en spirituele diepzinnigheid combineert met zulk praktisch inzicht in de culturele en institutionele wortels van de potentieel fatale tekortkomingen van de moderne maatschappij, en de mogelijke oplossingen. Zijn relatieve jeugdigheid maakt zijn inzichten nog opmerkelijker.’ — David Korten, politiek activist en auteur van “Bedrijfsleven aan de macht”
|
|



