Email   Print
Share  

De dag waarop ik zestig werd

De kunst om vrienden te vinden en je vrienden jou te laten vinden.

Paulo Coelho | 117 juni 2009 issue

Illustration: Chris Sharp

Ik zei eens in een interview dat zestig worden hetzelfde is als 35 worden, of 46: een verjaardagstaart, de kaarsjes uitblazen et cetera. Maar zo is het toch niet helemaal en ik zou graag met mijn lezers delen hoe ik uiteindelijk deze dag heb gevierd.

Normaal gesproken vier ik mijn verjaardag op 19 maart, de feestdag van Sint-Jozef, mijn beschermheilige. In februari, nu twee jaar geleden, keek ik op mijn blog, zag de ziel van mijn lezers, en ineens dacht ik: waarom zou ik niet tien van hen op mijn feestje vragen? Ik zette het berichtje op mijn blog en gaf aan dat de eersten die schreven welkom waren. De eerste tien reacties, zo zag ik de volgende dag, kwamen uit de hele wereld: Brazilië, Japan, Engeland, Venezuela, Qatar et cetera. Het feest zou in Puente La Reina zijn, aan de Camino de Santiago, ver van luchthavens en treinstations. Toch hadden mijn lezers goed begrepen dat ik niet de kosten van de reis zou betalen. Ik voelde een enorme verantwoordelijkheid, maar ik hield mijn woord, en ik geloof dat ze een bijzondere avond hebben gehad; ik in ieder geval wel! Tot op de dag van vandaag houden ze onderling contact.

 
 

De tijd ging voorbij en het was daags voor mijn eigenlijke verjaardag. Mijn plan was te doen wat ik altijd doe, en zo ging het ook. Op 23 augustus vertrok ik om kwart over elf ’s avonds naar Lourdes, zodat ik om vijf over twaalf – de 24ste augustus was vijf minuten oud, het moment waarop ik geboren was – voor de grot van Onze-Lieve-Vrouw stond, om haar te bedanken voor mijn leven tot dusver en haar bescherming te vragen voor de toekomst. Het was een heel intens moment, maar op de terugweg naar St. Martin (waar ik een kleine molen bezit om de zomer door te brengen) voelde ik me erg alleen. Ik zei dit tegen mijn vrouw. ‘Maar je wou het zelf zo!’, was haar antwoord. Jawel, ik had het zo gewild, maar ik begon me onbehaaglijk te voelen. Wij waren met zijn tweeën alleen op deze planeet.

Ik zette mijn mobieltje aan. Meteen ging het ding over – het was Monica, mijn agent en vriendin. Ik kwam thuis en daar wachtten me nog meer berichtjes. Tevreden ging ik slapen en de volgende dag zag ik dat ik op de terugweg uit Lourdes niet de minste reden had gehad om me bedrukt te voelen. Bloemen en cadeaus begonnen binnen te stromen. Mensen hadden op internet buitengewone dingen gemaakt, met beeldmateriaal en teksten van mij. Alles was voor het merendeel op touw gezet door mensen die ik nog nooit had ontmoet!

En op dat moment begreep ik twee heel belangrijke zaken: al ben je nog zo beroemd, je zult altijd het gevoel hebben dat je alleen bent; en al ben je nog zo onbekend, je zult altijd omringd zijn door vrienden, ook al heb je nooit hun gezichten gezien. Ook toen ik niet bekend was, was er altijd wel een uitgestoken hand op momenten waarop ik dat nodig had.

Ik laat daarom de dichter Kahlil Gibran zo meesterlijk als alleen hij dat kon, beschrijven hoe zoiets voelt: ‘Je vriend is de akker waarop je met liefde zaait, en dankbaar oogst. Hij is je thuis, en je tafel. Als hij zwijgzaam is, weet dan dat jullie twee harten desondanks doorgaan met communiceren. Als je weg moet, treur dan niet. Want door je afwezigheid zul je beter het belang van de vriendschap kunnen zien, zoals een bergbeklimmer hoog boven de laagte een beter zicht heeft op het landschap om hem heen. Het beste wat je hebt, kun je delen met je vriend. Sta hem toe niet alleen je momenten van vreugde te kennen en eraan deel te nemen, maar ook je momenten van droefenis. En weet dat een vriend niet aan jouw zijde is om je te helpen het leven door te komen, maar wel om je te helpen het in al zijn volheid te leven.’



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit