Project MercyLiya Kebede over vluchtelingenhelper Marta Gabre-Tsadick. Marta Gabre-Tsadick (76) is in In de 32 jaar dat ze in Afrika haar hulporganisatie aanstuurt, is Marta Gabre-Tsadick (76) naar eigen zeggen nooit een obstakel tegengekomen dat ze niet dankzij wilskracht kon overwinnen. ‘Als ik een probleem heb, bel ik gewoon iemand op, die komt dan onmiddellijk in actie en bel ik een bepaald persoon op en die onderneemt onmiddellijk actie, dan is het probleem subiet de wereld uit. Een doortastend iemand die in beweging komt, kan wonderen verrichten.’ Het vertrouwen in de wilskracht van mensen is de motor achter de aanpak van haar organisatie. Doel is een holistische, zelfvoorzienende leefgemeenschap op te zetten op het platteland van Ethiopië. Toen ze in 1991 naar dit Oost-Afrikaanse land terugkeerde - na zestien jaar politieke ballingschap in de VS - gaf ze haar hulporganisatie Project Mercy een andere vorm. Ze wilde , zodat die niet meer alleen kon reageren op noodsituaties, maar ook op een diepgaander niveau te werk gaankon werken met de Gurage, de stam van haar vader. ZeGabre-Tsadick verhuisdeplaatste haar werkzaamheden naar het dorp Yetebon, circa twee uur gaans ten zuiden van de hoofdstad Addis Abeba, waar haar. Het project steekt geld investeert in infrastructuur, onderwijs, microkrediet en innovatie van de landbouw,. Doel is waardoor getracht wordt deze de boerengemeenschap van 74.000 duizend mensen te bevrijden uit de eeuwige cirkelgang van honger, armoede en afhankelijkheid van noodhulp. Ondanks de economische groei van de laatste jaren leeft 39 procent van de Ethiopische bevolking volgens de Wereldbank nog steedsaltijd onder de armoedegrens, zo heeft de Wereldbank vastgesteld. Ongeveer 85 procent van de Ethiopiërs is boer en er zijn maar weinig landen die meer ontwikkelingshulp ontvangen. Voordat Project Mercy zijn intrede deed, gingen de mensen in Yetebon gebukt onder ongebreidelde ziekte en honger, zonder schoon drinkwater, medische voorzieningen en educatieziekenhuis noch school. Het enthousiasme van Gabre-Tsadick om haar land te helpen ontstond toen ze als eerste vrouwelijke senator werkte onder de Ethiopische keizer Haile Selassie. Toen diens regime viel in 1974, vluchtten zij en haar man Demeke Tekle-Wold naar de Verenigde Staten. Ze woonden in Fort Wayne, waar Tekle-Wold het gezin onderhield – met twaalf kinderen, waarvan zeven geadopteerd – terwijl zijn vrouw het Project Mercy leidde. Nu verdelen ze hun tijd tussen Yetebon en Fort Wayne. De benadering van Project Mercy, waarbij de nadruk ligt op onderwijs en het aanleren van vaardigheden, lijkt resultaat te boeken. Tussen de boerderijen en woonwijken van Yetebon loopt nu een weg die bestand is tegen alle weersomstandigheden. Een buizensysteem vanaf een natuurlijke bron zorgt voor schoon water. De boeren leren variatie aan te brengen in het telen van gewassen en koeien te fokken die meer melk leveren, waardoor ze zelfs bij droogte nog te eten hebben. Toen de organisatie plannen maakte om hier voor het eerst een ziekenhuis en een school neer te zetten, werden de mannen uit de buurt opgeleid om de bouw uit te voeren. NuInmiddels verdienen sommige mannen hun geld met vergelijkbaar werk in een stad verderop, terwijl anderen een taxibedrijf zijn begonnen dat mensen naar het ziekenhuis brengt. Op de school ? K-12 genaamd ? zitten 1500 leerlingen, en op de wachtlijst staat hetzelfde aantal. Na schooltijd leren de kinderen volwassenen lezen en schrijven, rekenen en medische preventie. Meer dan dertig 32 kinderen zijn doorgestroomd naar de middelbare school en Project Mercy onderhandelt nu met drie grote bedrijven die overwegen om in dit gebied fabriekswerk mogelijk te maken. Eigenlijk gaan de zaken zó goed, dat Gabre-Tsadick vermoedt dat het dorp binnenkort het punt bereikt waaropzonder haar inzet op eigen benen kan staanniet meer nodig is. Die gedachteat stemt haar gelukkig. ‘Ik hoor elke dag van de dorpsoudsten: “We zijn als herboren. Nu leven we weer.” Dat raakt me vol in het hart en maakt me erg nederig.’ Wat Gabre-Tsadick betreft, gaat dit werk over één persoon tegelijk. Onlangs hadden zes kinderen na hun school niet de vijftien dollar per maand voor de kosten om door te kunnen leren. Project Mercy kon hen op dat moment financieel niet steunen, maar ‘we konden het domweg ook niet laten’, vertelt Gabre-Tsadick. Ze ging aan de slag om geld binnen te halen. ‘Anders zou ik vanwege vijftien dollar per maand iemand kwijtraken die straks in haar eigen gebied de honger van Ethiopië kan helpen voorkomen.’ Gabre-Tsadick legt uit dat elke persoon die een salaris verdient, een gezin van acht mensen kan onderhouden. Wat haar betreft, komt het hierop neer: ‘Beginnen bij één en uiteindelijk miljoenen bereiken.’ ![]() ‘Marta Gabre-Tsadick begon in de jaren zeventig van de vorige eeuw met Project Mercy, om hulp te bieden aan vluchtelingen in Afrika. Met haar man Demeke Tekle-Wold verhuisde ze naar Yetebon (Ethiopië), waar ze samen met anderen een holistisch ontwikkelingsmodel voor leefgemeenschappen ontwikkelde. Inmiddels hebben ze een school en een ziekenhuis neergezet, en projecten opgezet voor verbeteringen in de landbouw en voor schoon drinkwater. Iedereen zou deze bijzondere vrouw moeten kennen, want je kunt veel van haar leren.’ — Liya Kebede, Ethiopisch topmodel en oprichter van de stichting Liya Kebede, die zich inzet voor een lagere sterfte onder kraamvrouwen, pasgeborenen en kinderen
|
|



