Wilt u een betere wereld zien?Word dan geotoerist en help de vele bijzondere plaatsen op de wereld verder te ontwikkelen. Voor Ode reisde Jay Walljasper door Chili. Zijn reisgids: een veteraan-globetrotter die boven alles een oplossing heeft gevonden voor de schade van massatoerisme. Ergens in de Andes Ik kijk even naar Tourtellot, die volkomen onaangedaan achter het stuur zit en vertelt hoe hij eens op een expeditie per ezel naar de bronnen van de Urubamba, een zijrivier van de Amazone, door longontsteking werd geveld. Op een andere reis ontsloeg hij een incompetente gids en trok hij in zijn eentje over Baffin Island, vlak bij de poolcirkel. Ofwel: deze huiveringwekkende bergweg stelt voor hem niets voor. Hij maakt zich er veel meer zorgen over of hij tijd genoeg heeft om zich te scheren voor zijn lunch met de president van de Dominicaanse Republiek, die hij een uur na zijn terugkeer uit Chili in Washington zal ontmoeten. Santiago, Chili Er valt een stilte in de conferentiezaal van het hotel in Santiago als hij uitlegt dat het internationale toerisme tussen 1990 en 2005 is verdubbeld. Naar verwachting zullen in 2010 een miljard mensen een reis naar het buitenland ondernemen, en anderhalf miljard in 2015, wanneer steeds meer Chinezen zich in de reizende menigten zullen mengen. En dat getal moet je met vijf of zes vermenigvuldigen, rekent hij voor, als je de mensen meerekent die in eigen land vakantie houden. Binnen tien jaar zwerven er negen miljard toeristen over de aarde. ‘Je kunt het ook anders bekijken’, zegt hij. ‘Als vier miljard mensen besluiten dat ze de Mona Lisa willen zien, kan er 309 jaar lang vierentwintig uur per dag telkens een groep van vijfentwintig man één minuut naar kijken.’ Het is een absurde rekensom, maar zijn punt is duidelijk: toerisme op deze schaal vormt een bedreiging voor alles wat bijzonder is. De Galapagos Eilanden bezwijken onder de last van de toeristenschepen, meldt hij. ‘Het meest idiote dat iemand ooit heeft voorgesteld was een casino bouwen op Paaseiland – wat godzijdank niet doorgaat, heb ik begrepen.’ Toch is Tourtellot geen Cassandra, die de angsten voor een wereldwijde toeristische apocalyps aanwakkert. Bezorgd kijkende toehoorders stelt hij gerust met de mededeling dat regio’s als Toscane in Italië en de Amerikaanse staat Vermont veel toeristen te verwerken krijgen, maar goed scoren. ‘Dat komt doordat de plaatselijke bevolking haar omgeving koestert.’ De score waarop Tourtellot doelt, zijn de lijsten van reisbestemmingen die hij elk jaar met behulp van vierhonderd deskundigen op allerlei gebieden maakt voor het tijdschrift National Geographic Traveler, waarvan hij de redacteur voor geotoerisme is. Geotoerisme is zijn eigen term, die hij definieert als ‘toerisme dat het geografische karakter van een bestemming versterkt – het milieu, het erfgoed, de schoonheid, de cultuur en het welzijn van de plaatselijke bewoners. Het idee is dat je een relatie opbouwt met de plaats die je bezoekt – met de plaatselijke cultuur, de natuur en de mensen.’ Tourtellot is ervan overtuigd dat geotoerisme het tegengif zal zijn voor nietsontziend toerisme. Volgens hem kunnen georeizigers de sociale omstandigheden, het milieu en het unieke karakter van de plaatsen die ze bezoeken helpen verbeteren. Zijn scores vestigen de aandacht op bedreigde internationale schatten zoals Venetië, het Grote Barrièrerif en Angkor Vat, maar ook op geotoeristische succesverhalen:
Toernellot drukt iedereen op het congres van het Genootschap van Amerikaanse Reisschrijvers op het hart aandacht te besteden aan de invloed – zowel positief als negatief – die toerisme kan hebben op een oord en de mensen die er wonen. ‘Er zijn zes miljard mensen op aarde’, verklaart Tourtellot, ‘en die verdienen allemaal hun vakantie. Maar we moeten daar zorgvuldig mee omspringen.’ ‘We zoeken geotoeristische helden’, verkondigt hij – mensen die de economische en culturele kracht van het toerisme willen aanwenden om hun gemeenschap in stand te houden en te verbeteren. Het kunnen kleinschalige ondernemers zijn zoals Liz Perdomo, die een restaurant opende in het dorp Gracias in Honduras met de plaatselijke keuken van de Maya’s als specialiteit. Of mensen met goede connecties zoals Julie Packard, die een wegroestende conservenfabriek in Monterey in Californië ombouwde tot het Monterey Bay Museum dat de unieke cultuur en ecologie van dit kustgebied belicht. Tourtellot citeert uit een nieuwe studie van het Centrum voor Duurzame Bestemmingen, dat hij binnen de National Geographic Society heeft opgezet. Liefst 74 procent van de Amerikanen die een reis maken in het buitenland, past in één van de categorieën van ‘georeizigers’. Zij vertegenwoordigen een kant-en-klare markt voor nieuwe, groene, sociaal verantwoorde reismogelijkheden. Borduur voort op het bestaande geotoeristische potentieel in je omgeving, raadt Tourtellot aan, dan komen ze wel. Geïnspireerd door Tourtellots verhaal loop ik de gang in van het viersterren Sheratonhotel van Santiago en wordt onmiddellijk geconfronteerd met de problemen die het geotoerisme het hoofd moet bieden. Je kunt uren door dit hotel dwalen zonder ook maar een seconde het gevoel te krijgen dat je in Zuid-Amerika bent. Alles ademt een gestandaardiseerde, geglobaliseerde sfeer, van de abstracte vormen van de kroonluchters in de lobby tot het ontbijtbuffet dat identiek is aan het buffet in Amsterdam, Ankara en Albertville. Als je buiten een frisse neus gaat halen, lijkt Santiago een slaafse kopie van Los Angeles: enkele wolkenkrabbers in het centrum, brede autowegen en vierkante winkelblokken eromheen. De lucht is heiig van de uitlaatgassen. Niemand hier lijkt te geloven in Tourtellots stelling dat het goed is voor een stad om de eigen unieke kwaliteiten te benadrukken. Ik sta al klaar om zo snel mogelijk te vertrekken en op zoek te gaan naar het echte Chili, als Tourtellot voorstelt om te gaan eten in een wijk die hem is aanbevolen. Ik ga met tegenzin mee, maar na een korte busrit komen we in de gezellige, bruisende wijk Barrio Bellavista, een artistieke enclave, ingeklemd tussen de Rio Mapocho en de dure buitenwijk Providencia. Langs de hele Calle Antonia Lopez de Bello staan terrastafeltjes waaraan pratende, lachende mensen zitten, terwijl uit de cafés jazz, r&b of gemoderniseerde versies van de vroeger beroemde Nueva Cancion (‘Het Nieuwe Lied’) van Chili klinken. We kiezen een leeg tafeltje, bestellen lokale wijn en empanadas, en Tourtellot, die meestal ernstig en peinzend kijkt, grijnst breed. ‘Dít is nou geotoerisme!’ verklaart hij. De meeste mensen denken dat duurzame, verantwoorde bestemmingen voor ecotoeristen alleen in maagdelijke uithoeken van de wereld te vinden zijn, maar Tourtellot zwerft net zo lief door de straten van een stad als over bergwegen. ‘New York is een geweldige geotoeristische bestemming,’ legt hij uit, ‘want je gaat naar New York om New York te zien. Het aantrekkelijke zit ’m in de sfeer. Steden kunnen meestal veel toeristen aan zonder dat hun eigen karakter eronder lijdt.’ Hij noemt als voorbeelden Amsterdam, Krakow, Kyoto en Quebec, maar ook het minder bekende Evora in Portugal en Bath in Engeland, die uitstekend geschikt zijn voor een avontuurlijke stedentrip. Zoals we in Bellavista merken, hebben zelfs schijnbaar onaantrekkelijke steden geotoeristische trekpleisters. Bellavista past uitstekend in Tourtellots missie om de bedreigde reisbestemmingen van de wereld te redden. Als we overal op de wereld inspirerende, mooie reiservaringen kunnen opdoen, is het minder noodzakelijk om met z’n allen te trekken naar wereldberoemde, overvolle oorden zoals Athene, de piramides van Giza en de Grand Canyon. ‘Het mooie van geotoerisme’, vertelt Francois Bedard, directeur van het nieuwe Centrum voor Onderwijs en Onderzoek in Toerisme in Montreal, ‘is dat het ervan uitgaat dat een onbedorven omgeving niet alleen maar in verre streken te vinden is. Het gaat om het karakter – en bijna elke bestemming kan interessant zijn als de eigen kwaliteiten naar voren worden gehaald.’ Santa Cruz, Chili Tourtellot en ik gaan samen eten en uiteraard bestelt hij het enige voorgerecht op de kaart waar hij nog nooit van heeft gehoord, ook al begrijpt hij niets van de omschrijving van de ober. Zijn oordeel over Santa Cruz: ‘Onvoorwaardelijk geslaagd voor de authenticiteittest, maar nog wel een beetje lelijk. Ik vind het een beetje een teleurstelling.’ Toch kijkt hij niet teleurgesteld. Integendeel. Ik dring aan en hij erkent: ‘Elke stad heeft wel iets dat je kan aanspreken. Andere stadsbeelden en de sfeer. Zelfs het feit dat de lucht in de ene plaats anders is dan in de andere. Ik wil het allemaal zien.’ Die nieuwsgierigheid heeft hij al zo lang hij zich kan herinneren, dus toen hij bij de National Geographic Society kon werken, werd een droom werkelijkheid. Tourtellot reist al 28 jaar de wereld rond. Uit die ervaringen zijn zijn ideeën over geotoerisme ontstaan. In 1981 drong de crisis van het toerisme in zijn volle omvang tot hem door. Hij was op IJsland, waar hij tien jaar daarvoor in en natuurlijke poel tussen lavaformaties had gezwommen – een onvergetelijke ervaring. ‘Maar je kon er niet meer veilig zwemmen omdat er te veel toeristen kwamen en in de poel pisten’, vertelt hij, nog altijd nijdig alsof hij ze zojuist heeft betrapt. ‘De paden waren met een koorden afgezet, omdat de toeristen over de lavaformaties rondsjouwden. En dat was in een verre uithoek in het noorden van IJsland! Toen drong het tot me door dat de aarde sneller door het toerisme veranderde dan we ons realiseerden.’ Tourtellot speelde een aantal jaren met ideeën over mogelijkheden om de bijzondere plaatsen op de wereld te beschermen. Hij schreef erover in zijn artikelen en boeken, en uiteindelijk in een column voor National Geographic Traveler. De term ‘geotoerisme’ ontstond pas in 1997, toen hij met zijn vrouw Sally thuiskwam in Washington na een congres over ecotoerisme op Hawaii. ‘Veel mensen klaagden erover dat er geen goed woord voor was’, herinnert Tourtellot zich. ‘Bij “ecotoerisme” valt de cultuur erbuiten, “duurzaam toerisme” heeft iets sulligs. “Verantwoord toerisme” klinkt niet leuk.’ Uit de brainstorm die ze samen thuis hielden, kwamen dertig termen voorbij. Hun gezamenlijke favoriet was geotoerisme. Tourtellot legde het nieuwe idee voor aan zijn collega’s bij de National Geographic Society en even later stond hij aan het hoofd van het nieuwe Centrum voor Duurzame Bestemmingen (naast zijn werk voor het tijdschrift), waar hij zich nu bezighoudt met een toenemend aantal projecten op verschillende plaatsen op aarde: Honduras, de Maya-gebieden van Guatemala, Transylvanië in Roemenië, de Sonora-woestijn in Mexico en het Zuidwesten van de Verenigde Staten, de Appalachen en Baja California in Mexico. Aangezien betrokkenheid van de gemeenschap een essentieel onderdeel uitmaakt van geotoerisme, werkt Tourtellot samen met inwoners die alles van het gebied weten, om de bijzondere kenmerken ervan onder de aandacht te brengen van zowel de plaatselijke bevolking als de toeristen. De National Geographic Society – die bekendstaat om zijn kaarten – maakt voor elke streek een speciale geotoeristische editie, waarop specifieke bijzonderheden zoals historische plaatsen, culturele bezienswaardigheden en werkplaatsen voor ambachtslieden staan aangegeven. Tourtellot en zijn collega’s hebben ook een Handvest van het Geotoerisme opgesteld – dat al ondertekend is door Noorwegen, Roemenië, Honduras, de Cook-eilanden, Arizona en de Mexicaanse staat Sonora – waarin overheden zich vastleggen op de principes van het geotoerisme. In het handvest ligt de nadruk op mooie begrippen als ‘Gebiedsintegriteit’, ‘Voordeel voor de gemeenschap’, ‘Voldoening voor de toerist’, ‘Bescherming en bevordering van de charme van de bestemming’ en ‘Behoud van hulpbronnen’. Maar het is de taak van Tourtellot om de idealen om te zetten in woorden die tot de verbeelding spreken van de gewone mensen die de wereld wel willen helpen verbeteren, maar ook een leuke vakantie willen. San Fernando, Chili Maar Tourtellot stelt daar direct tegenover dat geotoerisme meer is dan alleen extravagante bestemmingen en dure ecoreizen. Rugzakreizen, die veel goedkoper zijn en in veel gevallen de aarde minder belasten, zijn ook een vorm van geotoerisme – en hij probeert geregeld de collega’s in de toeristenindustrie ervan te overtuigen dat ze niet alleen moeten proberen bezoekers met veel geld te trekken. Hij noemt een Australisch onderzoek waaruit blijkt dat rugzaktoeristen net zoveel geld uitgeven als luxe-reizigers, alleen verspreid over een langere periode. Bovendien komt van hún geld weinig terecht bij buitenlandse bedrijven of hotelketens, en blijft een groter deel hangen in de plaatselijke economie. Valparaíso, Chili Na aankomst in de stad maken Tourtellot en ik een ritje in een gammele kabeltrein met een verbluffend uitzicht op de top van Cerro Bellavista en gaan langs bij de Fundacion Valparaíso. Het kantoor ligt op de bovenste verdieping van een vrolijk beschilderd Victoriaans huis waarin ook een boekwinkel, een winkel met ambachtelijke producten, een populair café en een theatergezelschap zijn gevestigd. De stichting is in het leven geroepen door een Chileense vrouw, Pilar Silva de Temkin, en haar man Todd Temkin, een dichter uit Milwaukee in de Amerikaanse staat Wisconsin die in Chili literatuur doceerde en heeft meegeholpen aan de opleving van de stad. Temkin vertelt hoe hij en zijn Chileense collega’s zestien bedrijven op Cerro Bellavista hebben gestart die zich richten op toeristen. Ze hebben de wijk veranderd in een officieel openluchtmuseum door verwaarloosde huizen een ‘make-over’ te geven met een kleurige lik verf, ze hebben film-, opera- en jazzfestivals georganiseerd en parken en pleinen levendig gemaakt. Ze hebben de autoriteiten overgehaald om duurzaam toerisme als doel van economische ontwikkeling te kiezen en families subsidies te geven om een bed and breakfast in oude huizen te beginnen, in plaats van grote hotels te laten bouwen. En het belangrijkste is nog dat ze het initiatief hebben genomen om Valparaíso op de Werelderfgoedlijst van Unesco te krijgen – een lijst van plaatsen met een uitzonderlijke culturele of historische waarde, die internationale aandacht en bezoekers trekt. Tourtellot straalt als hij het verhaal van Temkin aanhoort. ‘We moeten eens praten over een nieuw initiatief’, zegt hij enthousiast. Er is een nieuwe geotoeristische held ontdekt: de Fundacion Valparaíso. En de stad zelf geldt als een geotoeristische schat – ook al kent nog niemand die uitdrukking hier. National Geographic Centre for Sustainable Destinations: www.nationalgeographic.com/travel/sustainable
|
|

