Email   Print
Share  

God is geen walvis

Column Tijn Touber.

Tijn Touber | 95 april 2007 issue

Onlangs ben ik een goede vriend verloren. Tijdens een lezing van een hindoeïstische Advaita Vedanta-goeroe kwam David namelijk tot het inzicht dat hij helemaal niet bestaat. Hem werd uitgelegd dat de duale wereld van schijnbare tegenstellingen – goed/fout, ik/jij, laag/hoog – een illusie is, terwijl de non-duale Advaita Vedanta-traditie leert dat alles één is. Alles is en komt voort uit God, of Brahman, zei de goeroe. ‘Als dat zo is,’ dacht David, dan besta ik dus eigenlijk niet.’ Of beter gezegd: ‘Als dat zo is, dan ben ik God, zoals ook mijn vrouw, mijn kind en de zeepbellen die mijn kind blaast God zijn.’

Het idee dat alles God is, is niet alleen hindoeïstisch. Ook de Boeddha stelde dat alle verschijningsvormen voortkomen uit de achterliggende non-duale werkelijkheid – die hij ‘Leegte’ noemde – en dus illusoir zijn. In het Westen is deze manier van denken populair in de new-age-beweging.

In meditatie heb ik ook vaak dat soort eenheidservaringen – het gevoel verbonden te zijn met al wat is. Ik ondervind dan ook dat de aardse zaken waaraan ik mijn identiteit ontleen (relaties, spullen, ideeën) vluchtig en tijdelijk zijn. Het verschil met Davids ervaring is echter, dat ik niet het gevoel heb, dat ik God ben geworden. Er is namelijk nog steeds een verschil tussen God en ‘ik’. Er is nog steeds verschil tussen ‘ik’ en de ander, tussen ‘ik’ en de wereld. Er is, kortom, nog steeds sprake van dualiteit – al vóel ik mij volkomen één met alles. In tegenstelling tot David ben ik niet verdwenen of opgegaan in God.

 
 

Wat op die momenten wél is verdwenen, is mijn ego, ofwel de aangeleerde identiteit die bij het aardse bewustzijn hoort en per definitie alles in hokjes plaatst: ik/jij, man/vrouw, goed/fout, Amerikaan/Nederlander, et cetera. Wanneer dit aangeleerde, duale denken is uitgeschakeld, krijgt de oorspronkelijke identiteit de ruimte. Ik ervaar dan geen tegenstellingen meer en kom in een haast kinderlijk bewustzijn van liefde en eenheid terecht. Op die momenten wórd ik niet God, maar vóel ik me wel als God.

Het probleem met de filosofie van mijn – voorheen – vriend David is dit: als God alles is, dan is God ook alles wat niet volmaakt is, zoals een kapotte fiets of een aangespoelde walvis. Als God niet volmaakt is, is er geen standaard meer. Er is geen volmaakte liefde, volmaakte vriendschap of absolute waarheid waaraan we kunnen refereren en waarnaar wij kunnen terugkeren.

Nog een bezwaar: als alles God is, dan kun je over alles zeggen dat ‘het go(e)d is zoals het is’ – hetgeen in new-age-kringen dan ook vaak gebeurt. Dat is natuurlijk een lekker, want een makkelijk concept om vanuit te leven. Het ontslaat je van iedere verantwoordelijkheid voor de schepping, maar kan ook leiden tot apathie en fatalisme.

Gisteren hoorde ik David tegen iemand zeggen, dat hij zo’n bijzondere verlichtingservaring had gehad. Toen wist ik zeker dat het niet lang meer zou duren voordat ik hem weer tot mijn vriendenkring mag rekenen. Want, wie – zo dacht ik – is die ‘ik’ die zo’n bijzondere ervaring had gehad? David? Maar die bestond toch niet meer?

Toch hoop ik dat David in staat zal zijn om het eenheidsgevoel dat hij heeft ervaren, vast te houden. Beide realiteiten – eenheid en dualiteit – zijn namelijk waar en als David in staat is vanuit beiden tegelijk te leven, heeft hij het geheim van verlichting gekraakt.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
   
Abonnement
Geef Ode cadeau
Nieuwsbrief