Email   Print
Share  

Een stralende toekomst

De industrie treuzelt, maar zonne-energie is toch echt de oplossing

Jeremy Legget | 29 november/december 1999 issue

Met de bestaande zonneceltechnologie kunnen woningen, kantoren en fabrieken meer elektriciteit opwekken dan ze aan het net onttrekken. Indien nodig kan elk gebouw fungeren als een zelfstandige, schone energiecentrale, zonder elektriciteitsaansluiting en ook zonder aardolie - zelfs in de gematigde streken met hun bewolkte klimaat. Zowel het dak als de muren en zelfs de ramen kunnen worden gebruikt om zonnewarmte op te vangen die door zonnecellen rechtstreeks wordt omgezet in elektriciteit. Met behulp van zonnecollectoren kan nog meer warmte worden opvangen om in de behoefte aan warm water te voorzien. Elektriciteit kan worden opgeslagen om later te worden gebruikt in nieuwe, efficiënte accu's en in brandstofcellen. Elektriciteit uit zonlicht kan bovendien worden omgezet in waterstof, dat als een schone brandstof kan dienen. Auto's, vrachtwagens en bussen kunnen worden omgebouwd, zodat ze op zonnewarmte, elektriciteit of waterstof rijden. In principe zou met behulp van zonnecellen de totale energiebehoefte van de aarde ruimschoots kunnen worden vervuld.

Hoe komt het dan, dat deze schone technologie - hoewel die al sinds het prille begin van de ruimtevaart wordt gebruikt om satellieten van energie te voorzien - nog maar een miniem deel van de wereldwijde energiebehoefte voor haar rekening neemt? Zeker nu we bezig zijn onze eigen planeet te verstikken met broeikasgassen uit aardolie, kolen en gas, is het lastig om een buitenaardse bezoeker uit te leggen waarom we nauwelijks gebruikmaken van energieopwekking met behulp van zonnecellen. De beste en schoonste van de verschillende zonneceltoepassingen is amorfe siliciumfilm. Deze technologie is weliswaar minder efficiënt, maar veel goedkoper dan de oudere en meer bekende kristallijne siliciumtechnologie. De grootste fabriek van zonnecelfilm ter wereld produceert op dit moment minder dan tien megawatt (MW) per jaar. De grootste fabriek van kristallijn silicium produceert slechts 25 MW en wereldwijd bedroeg de totale fabricage van zonnecellen vorig jaar niet meer dan 160 MW. Het zijn deze lage productiecijfers die verantwoordelijk zijn voor de relatief hoge prijs van zonnecellen. Dat is de kern van het probleem. Schaalvergroting tot een productie in de orde van 100 MW per fabriek per jaar zou betekenen, dat de kostprijs van zonne-energie zou kunnen concurreren met die uit kolen en gas.

Exxon en de andere Amerikaanse oliemaatschappijen beweren, dat zonneceltechnologie nauwelijks een rol speelt in discussies over energiebeleid, zoals ze ook blijven beweren dat opwarming van de dampkring niet iets is om je druk over te maken. BP en Shell hebben zich onlangs gedistantieerd van deze lariekoek en dat siert hen. Zij beschouwen het broeikaseffect als een probleem en zien zonne-energie wel degelijk als een oplossing. Ze houden echter vol, dat een siliciumfilmfabriek met een productie van 100 MW per jaar nog niet kan worden gebouwd. Shell, dat zich sinds kort met kleine hoeveelheden kristallijn silicium op de zonne-energiemarkt begeeft, laat weten dat men heeft besloten om verdere technische doorbraken in het proces van de filmfabricage af te wachten. BP is nog steeds doende zonnepanelen te plaatsen op de daken van benzinestations, zogenaamd om te onderzoeken hoe effectief ze zijn. (En inderdaad - u raadde het al - wordt in die stations meer benzine verkocht. Mensen zijn namelijk gecharmeerd van het idee van zonne-energie.)

Hoe is het mogelijk, dat Shell en BP een halve eeuw na de eerste kernsplitsing en een kwart eeuw na de eerste bemande ruimtereis nog steeds denken aan hun publiek wijs te kunnen maken dat zonne-energie dit soort tests nodig zou hebben? Hoe kunnen ze weten, dat ze geen 100 MW fabriek kunnen neerzetten als ze het niet eens hebben geprobeerd? Het is belangrijk dat we ons realiseren hoeveel zou het kosten om een fabriek te bouwen die als prijsbreker kan fungeren. Het antwoord luidt: ongeveer tweehonderd miljoen gulden. Eén enkel olieboorplatform kost vandaag acht miljard gulden. We praten dus over minder dan één van de poten van een platform. En daarmee zouden we de wereld kunnen demonstreren dat elektriciteit uit zonne-energie even goedkoop kan zijn als elektriciteit uit fossiele brandstoffen - bijna overal, zelfs in de gematigde streken. Zodra de eerste van die fabrieken er staat, zullen mensen uit de hele wereld - en wellicht met name uit China - ernaar kijken en zeggen: 'Bouw er maar een voor ons.' Daarbij zal het dan niet blijven. Dat zou het begin markeren van een ware zonnerevolutie, die tevens als een belangrijk symbool van hoop zou fungeren. Zonne-energie is een technologie die alles op zijn kop zal zetten en die om meer redenen aantrekkelijk is dan alleen schone lucht. De wereldmarkt voor elektriciteit - die op het punt staat de triljoen-dollargrens te overschrijden - zal er even snel door worden overspoeld als door de GSM en de PC samen.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit