Email   Print
Share  

Digitaal door de ruimte

Het heelal wordt 'bekabeld'.

Marco Visscher | 28 september/oktober 1999 issue

Toen Charles Darwin in 1831 wegvoer van de Engelse kust, begon een lange reis waarin uitputting en hongerdood op de loer lagen. De technische uitrusting was niet altijd even ideaal. Contact met thuis ging niet verder dan brieven schrijven en hopen dat ze zouden aankomen. Pas vijf jaar later werd het voor zijn geliefde, familie en vrienden duidelijk, dat hij nog steeds in leven was. Toen pas konden ze zijn verhalen horen en vertellen over hun eigen belevenissen. Hoewel anderhalve eeuw later communicatietechnieken radicaal zijn verbeterd, doet zich een soortgelijk probleem opnieuw voor. Net als Darwin en zijn avontuurlijke voorgangers gaan onderzoeksmachines die de ruimte worden ingestuurd, langs onbekende paden, vanwaar enig contact met het 'thuisfront' onmogelijk is. Als een robot een planeet gaat bezoeken, staat hij er alleen voor. Dat gaat veranderen. De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie Nasa wil het zonnestelstel bekabelen door een netwerk van ruimtevaartuigen te ontwikkelen dat kan dienen als de infrastructuur voor toekomstige ruimteonderzoekers - mens of machine. Daarvoor zijn ten minste zes navigatiesatellieten nodig, die in een van Nasa's laboratoria worden gemaakt. In 2003 moet de eerste gereed zijn voor een continue verbinding met Mars, schrijft New Scientist (22 mei 1999). Op die manier kunnen de bewegingen en de onderzoeksresultaten van een sonde nauwlettend worden gevolgd en een ruimtevaarder kan een mailtje naar z'n kinderen sturen.

Wat is het probleem? Neem bijvoorbeeld Mars Pathfinder, die in de zomer van 1997 op de rode planeet landde. De missie werd geslaagd genoemd, maar ze toonde de beperkingen van een operatie die 150 miljoen kilometer verwijderd van de aarde moet worden uitgevoerd. Tijdens de reis was het haast monnikenwerk om de exacte positie van het ruimteschip te berekenen. Bovendien waren alle voorspellingen over de richting ervan onzeker vanwege de atmosfeer aldaar. In feite was het een wonder dat Pathfinder op maar twintig kilometer naast het oorspronkelijke mikpunt landde. Signalen naar de aarde sturen werd bemoeilijkt vanwege de stoffige atmosfeer. Daardoor werden de zonnepanelen niet optimaal benut en was er een vertraging van elf minuten om de afstand te overbruggen. Maar bovenal, als het voertuig boven op een steen botste en stilstond, wachtte het geduldig op verdere instructies, die meestal lang op zich lieten wachten omdat er nu eenmaal geen direct contact mogelijk was. Dat kan beter, dacht de Amerikaanse overheid en zette Nasa aan het werk. Daar wordt nu gewerkt aan de communicatiemogelijkheid tussen de aarde en andere planeten, die kan worden gelinkt met Internet. Nasa ziet inmiddels talrijke mogelijkheden als de precieze communicatie eenmaal tot stand is gekomen: gedetailleerde topografische kaarten van planeten, steen van Mars meenemen naar de aarde, maar ook schoolkinderen enthousiast maken voor de ruimtevaart door hen vanuit het klaslokaal een 'Marsrover' te laten besturen. Als zij volwassen zijn, is de tijd rijp mensen naar Mars te sturen. Die kunnen met de nieuwe technieken eenvoudig hun basis vinden in de woestenij, waar zij voorheen langzaam zouden sterven bij gebrek aan sturing en hulp. Zo groeit een generatie op die Mars en uiteindelijk ook andere planeten zal verkennen. De ontdekkingsreizen zijn nog niet voorbij. MV



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit