Het belang van knuffels
Hulpverlening is geen vak, maar een menselijk talent.
Editors
| 26 mei/juni 1999 issue
Hulpverlening is een vak. Althans dat riepen de bekende hulporganisaties en minister Herfkens van ontwikkelingssamenwerking in koor. De burger werd gewaarschuwd voor 'goedbedoelde' particuliere steuninitiatieven voor de vluchtelingen uit Kosovo. Alleen ervaren hulpverleners zouden weten hoe de vluchtelingennood kon worden gelenigd. Wat een ergerniswekkende arrogantie! Mensen die dit soort neerbuigende uitspraken doen, hoeven zich niet meer te verbazen over de kloof tussen burger en politiek. Alsof de staat van dienst van de officiële Nederlandse hulpverlening zo onberispelijk is. Alsof verhalen over ambassades die geen projecten weten om hun hulpgelden aan te besteden en over hulpgoederen die op kades liggen te verrotten niet aan de orde van de dag zijn.
Nee, hulpverlening is geen vak. Helpen heeft te maken met mooie waarden als naastenliefde en barmhartigheid. Dat zijn menselijke talenten, geen kwaliteiten van organisaties. Succesverhalen van hulpacties zijn succesverhalen van mensen. De Stichting Motherhood van Nicolien de Kroon (zie ook Ode 23) - die Nederland onlangs massaal aan het inzamelen van knuffels voor Kosovo bracht - is zo'n succesverhaal. Sinds 1992 hebben de moeders van Motherhood vijftig vrachtwagens met hulpgoederen voor oorlogskinderen gebracht naar uiteenlopende gebieden van Koerdistan tot Tsjetsjenië. Geen enkele doos van die zendingen is niet bij een kind of zijn moeder of vader aangekomen. Dat is pas een staat van dienst.
Echt verbazingwekkend is dat succes eigenlijk niet. Deze acties komen voort uit de harten van moeders. Zulke harten laten zich niet door instanties afleiden. Hun helpende handen laten zich niet verstrikken in bureaucratische of politieke spelletjes. Vandaar ook dat de vrachtwagens van Motherhood onmogelijke landsgrenzen over zijn gekomen. Vandaar ook dat niemand zich zorgen hoeft te maken over de effectiviteit van nieuwe acties van dit netwerk van moeders.
Natuurlijk is een bananendoos met een knuffel, wat speelgoed, kleren en wat blikjes eten niet de oplossing van het leed van de vluchteling. Dat wordt ook niet geclaimd. De essentie van de knuffel is een moment van zorg en aandacht. Het vluchtelingenkind dat een doos ontvangt, voelt op dat moment iets wat voor zijn toekomst heel bepalend kan zijn - dat er ver weg een ander kind is dat om hem geeft. Want dat is de tweede winst van diezelfde doos. Hij werd ingepakt door een ander kind dat blij was dat het - na al die ellendige beelden op de televisie - zelf iets kon doen. Ook dat gevende kind moet straks de wereld in. En dat zal een betere wereld zijn als dat kind niet denkt dat hulp bieden iets te maken heeft met giro 555.
|
|