Email   Print
Share  

Komen en gaan

Vriendschap wordt soms gegeven en soms verdiend.

Joan Frank | 18 januari/februari 1998 issue

Ik voelde me eens een keer 's avonds op een feestje nogal alleen en verdrietig, en dronk daarom te snel te veel wijn. Ik reed naar huis en remde voor mijn gevoel rustig om te stoppen voor een rood licht. Niettemin botste ik tegen de auto voor me op. Er was niemand gewond maar ik kon - op verzoek van de agent - niet recht over de streep op de weg lopen, waarop hij geduldig uitlegde dat ik kon kiezen: een nacht in de cel, of ik moest hem het telefoonnummer van een vriend of vriendin geven.

Verbolgen, vol schaamte, mompelde ik een nummer dat ik uit mijn hoofd kende. Enkele ogenblikken later kwam de echtgenoot van een hele goede vriendin van me binnen en werd ik door hem omhelsd. Eric nam me mee naar hun huis, waar Lynn al op me wachtte. Er stond een schoon opgemaakt bed voor me klaar. We hebben eventjes met elkaar gepraat. Ik voelde me verward en betrapt, maar niet eenmaal hebben mijn vrienden hun ogen ten hemel geslagen, me uitgefoeterd of belerend toegesproken. Toen ik wakker werd, trof me met een gloeiende golf van schaamte het besef hoezeer ik had geboft, en ik heb nooit meer een dergelijk risico genomen. Maar het meest verbijsterende aan deze hele affaire vind ik dat ik in de periode voor die bewuste avond het contact met Eric en Lynn gaandeweg had verloren.

Niet lang daarna beantwoordde ik een brief van een kennis uit een klein stadje op het platteland, die schreef hoe treurig ze werd van haar onvermogen om een goede partner te vinden en een gezin te stichten. Volkomen vanzelfsprekend vroeg ik haar te overwegen of ze niet naar een grote stad moest verhuizen, waar de kans om nieuwe mensen te ontmoeten groter was. Maar mijn volgende gedachte kwam zo snel op het papier terecht, dat ik mijn hand haast hoorde suizen: Uiteindelijk zijn goede vrienden je waarachtige steun en toeverlaat. Hoe langer ik naar die zin keek, hoe hartgrondiger ik wist dat dit waar was.

Ja, er zijn nu enorme nieuwe struikelblokken gekomen bij het instandhouden van een vriendschap. Ja, de mensen zijn nu zo tijdbewust dat de gewoonte om 'even langs te wippen' vrijwel is uitgestorven. Onaangekondigd iemands huis binnendringen is bijna ondenkbaar. We bellen om een afspraak te maken ? uren, weken, maanden van te voren, waarbij we agenda's en antwoordapparaten als een zwaard en schild hanteren. Ik heb vernomen dat sommige mensen niet langer de moeite nemen om vrienden te maken ? ze passen er niet meer tussen. (In een recente spotprent in de New Yorker staart een man in zijn afsprakenboekje en zegt rustig in de telefoonhoorn: 'Wat vind je van 'nooit'? Kan jij nooit?')

Ja, brieven schrijven is hopeloos ouderwets ? al blijven er een paar stijfkoppen die nog steeds zoveel waarde hechten aan de luxe om hun leven per brief te overdenken, dat ze liever schrijven dan opbellen. En jazeker, een plek kan je lot bepalen. Toen mijn beste vriendin naar een ander land verhuisde, wisten we allebei dat hiermee onze oude manier van leven ten einde kwam, van laat in de avond in ons favoriete café hangen, van lange, diep doorleefde lijkschouwingen van voorbije affaires per telefoon, van een intieme vertrouwdheid, van heftige loyaliteit - een zusterlijk gevoel dat grenst aan romantiek. Een tijdlang voelde ik een groot gemis. Maar natuurlijk golfde het leven verder en werd ik gedwongen om de verschrompelde vorm van deze relatie voor lief te nemen, waarna ze trouwde en de sporadische telefoontjes en brieven nog zeldzamer werden. Maar er is iets wonderlijks aan de hand: als we elkaar nu wel een keer spreken, gloeit de oude opwinding weer als een gasvlam die wordt opengedraaid, en we vervallen met groot gemak weer in spraakpatronen die we jaren geleden hebben bedacht.

Dit is het grote wonder: de struikelblokken kunnen worden overwonnen. Het kan weer terugkomen. Toen een vrouw met wie ik in mijn kindertijd omging, met haar dochtertje in de buurt kwam wonen, voelden we ons in eerste instantie verlegen, onhandig proberend om elkaars geschiedenis in kaart te krijgen en de monsterlijk grote witte plekken in te vullen. Maar al gauw kwam er weer vaart in onze vriendschap, en konden we de tussenliggende jaren wegslikken omdat we merkten dat we veteranen waren met een verhaal dat in grote trekken parallel loopt, en met vergelijkbare littekens, en nu verwarmt deze relatie ons als een knetterend haardvuur. Vijfentwintig jaar lang hadden we geen van tweeën enig idee wat er van de ander was geworden. Nu kijken we om de paar dagen hoe het met die ander gaat.

Voormalige geliefden en echtgenoten kennen ons soms beter dan wie ook, en als je geluk hebt, kan een van hen een vriend worden zoals je nog nooit hebt gehad. Tom en ik zijn elkaar nooit uit het oog verloren. Er ging wat tijd overheen, maar uiteindelijk leek al dat verdriet bij twee andere mensen te horen, die jonger waren en wat meer verblind. Nu kunnen we elkaar laten bulderen van het lachen, omdat we een scherp oog voor het absurde delen. Een paar dagen geleden zaten we boven twee kommen soep, keken uit over de zee en spraken onze verbazing uit over de hoeveelheid leven die we de ander hadden zien verstouwen. Als het een keer slecht met me ging, wist ik zeker dat hij er zou zijn. En hij was er ook altijd.

Vriendschap is ontegenzeggelijk hard werken. Ruzies en kwetsende uitlatingen overleven, is een veeleisende opgave. Tegen de stroom in tijd vrijmaken. Huwelijk, kinderen, scheiding, dood in de familie ? het zijn weerbarstige obstakels. Om ze in te passen heb je doorzettingsvermogen nodig. Maar de diepe en onverklaarbare vreugde van een echte band met iemand maakt dit werken aan een vriendschap de moeite waard, omdat we voelen dat we iets heel groots, misschien wel oerouds toevertrouwd krijgen: vertroosting en wijsheid ontvangen, en deel uitmaken van het beste waartoe de mens in staat kan zijn.

Geliefden en soms zelfs familieleden kunnen komen en gaan, maar de vriendschappen die wortel schieten, zijn bestendig. Het beste van wat waarachtig is, blijft soms bestaan, alsof het een onafhankelijke wil heeft: de brandstof van de vriendschap gloeit zachtjes door, tot er iets gebeurt om het vuur weer te laten opvlammen. Andere verbintenissen overleven alleen als we er karrenvrachten liefde, tijd en aandacht in smijten, als kolen in een vraatzuchtige stookketel. Maar hoe ze ook tot stand komen, de allersterkste menselijke banden blijken in de loop der tijd onverbrekelijk te zijn. Dat zijn de vrienden die ons naar het ziekenhuis brengen, op onze kinderen passen, ons te eten geven en van geld voorzien, ons complimenten en goede raad gunnen, op het vliegtuig stappen voor onze trouwerij, onze pasgeborenen welkom heten en onze doden begraven ? die ons komen ophalen om thuis onze roes uit te slapen, en je nooit laten voelen dat ze je daarom minder waarderen. Het is een allesreiniger, zowel bij het uitdelen als bij het ontvangen.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit